Dit weerstation bestaat uit een hoofdunit met touch screen, een zender,
windsnelheidsensor, windrichtingsensor, regensensor, USB-kabel en een CD-ROM met
1.1 Installeren van de windrichting- en windsnelheidsensoren
1.1 Installeren van de windrichting- en windsnelheidsensoren
1. Op de zijkant van de windrichtingsensor zijn het noorden (N), oosten (E), zuiden
(S) en westen (W) met een sticker aangegeven. De sensor moet zo geplaatst
worden dat de richtingen op de sensor in de juiste richting wijzen (dus de N moet
naar het noorden wijzen, de E naar het oosten, de S naar het zuiden en de W naar
het westen).
2. De kabel van de windsnelheidsensor moet aangesloten worden op de
telefoonaansluiting van de windrichtingsensor die zich aan de onderkant van de
sensor bevindt.
3. De kabel van de windrichtingsensor moet aangesloten worden op de
telefoonaansluiting van de zender met de sticker WIND.
4. Sluit de kabel van de regensensor aan op de zender met de sticker RAIN (regen).
BELANGRIJK:
BELANGRIJK: Zorg ervoor dat alle componenten correct werken voor de sensoren
defi nitief opgehangen worden.
1.2 De sensoren ophangen
1.2 De sensoren ophangen