derdelen die door de fabrikant zijn goedgekeurd. Bij ge-
bruik van ongeschikte onderdelen kan het toestel bescha-
digd raken.
2.4. Omgevingstemperatuur
• Het toestel kan worden gebruikt bij een omgevingstempe-
ratuur van +5 °C tot +35 °C en een relatieve luchtvochtig-
heid van 20% tot 85% (niet-condenserend).
• Uitgeschakeld kan de smart-tv worden opgeslagen bij een
temperatuur van -20 °C tot +60 °C.
• Zorg voor een afstand van minimaal één meter tussen het
toestel en hoogfrequente en magnetische storingsbron-
nen (televisietoestel, luidsprekerboxen, mobiele telefoon
etc.) om storingen in de werking te vermijden.
WAARSCHUWING!
Wacht nadat u de smart-tv heeft vervoerd
met ingebruikname totdat het toestel de om-
gevingstemperatuur heeft aangenomen.
Bij grote schommelingen in temperatuur of
luchtvochtigheid kan er door condensatie
vochtvorming optreden die kortsluiting kan
veroorzaken.
• Trek tijdens een onweer of als het toestel langere tijd niet
wordt gebruikt de stekker uit het stopcontact en de anten-
nekabel uit de antenneaansluiting.
DE
NL
FR
IT
9